De voorstellen voor een nieuw MFF en GLB voor 2028-2034: wat verandert er?
De Europese Commissie heeft deze week haar voorstellen voor het meerjarig Financieel Kader (MFF) en Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2028-2034 gepubliceerd. Onderstaand een toelichting op enkele belangrijke wijzigingen.
Relatie tussen MFF (de EU-begroting) en GLB
Het budget voor het GLB is onderdeel van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EU. Volgens het MFK-voorstel wordt het budget voor het GLB gebundeld met enkele andere fondsen, zie onderstaand vereenvoudigd schema:

Voor het landbouwbeleid wordt in de periode 2028-2034 in totaal minimaal €300 (om precies te zijn €296) miljard uitgetrokken ('geoormerkt'). Dat lijkt ten opzichte van de huidige €387 miljard een flinke daling te zijn. Maar: het is nog onduidelijk in hoeverre dat ook echt zo is. Je kunt het nieuwe GLB-voorstel namelijk niet zomaar een-op-een vergelijken met het huidige GLB, omdat de structuur van de fondsen en uitgavenstromen in de voorstellen compleet overhoop gegooid worden 😅. Kortom: we moeten geen overhaaste conclusies trekken.
Dit zegt de Europese Commissie erover (vertaald uit het Engels): "Een geoormerkt budget van minimaal €300 miljard voor inkomenssteun en crisisondersteuning waarborgt dat de steun aan EU-landbouwers op hetzelfde niveau blijft als onder het huidige GLB. De definitie van inkomenssteun is in het nieuwe GLB breder dan voorheen. Daaronder vallen nu alle betalingen die het inkomen of het verdienmodel van een boer ondersteunen, waaronder gebiedsgebonden inkomenssteun, agromilieuacties en bedrijfsondersteuning zoals modernisering, verbreding of de toepassing van nieuwe praktijken en technologieën."
En Landbouwcommissaris Hansen heeft in zijn speech nog het volgende gezegd (vertaald uit het Engels): "Net zo belangrijk is dat we stabiliteit en voorspelbaarheid bieden aan boeren door inkomenssteun te oormerken. In totaal bedraagt het GLB-budget voor inkomenssteun en crisisbeheer minstens €300 miljard. Dit geoormerkte budget vertegenwoordigt 80% van het huidige budget. ‘Geoormerkt’ betekent dat het uitsluitend bestemd is voor inkomenssteun aan boeren en niet onderhevig kan zijn aan flexibiliteiten. Dat is belangrijk om stabiliteit en voorspelbaarheid voor boeren te waarborgen - een belangrijke eis van uw Commissie. Maar er is meer. Het is belangrijk om te benadrukken dat inkomenssteun nu breder wordt gedefinieerd dan alleen directe inkomenssteun: het omvat niet alleen gebiedsgebonden betalingen, maar ook andere vergoedingen en betalingen aan boeren, zoals agro-milieumaatregelen, investeringen, ondersteuning van jonge boeren en meer. De gereedschapskist van het GLB blijft volledig beschikbaar! En laat me duidelijk zijn: het geoormerkte bedrag is een minimumbedrag. Lidstaten zullen hun bredere enveloppe inzetten op basis van hun behoeften en planning binnen de verschillende beleidsterreinen die onder de nationale en regionale plannen vallen."
Twee bundelingen van fondsen
Volgens de voorstellen vindt op twee niveaus een bundeling van fondsen plaats, zie onderstaand schema:
- binnen het MFK: de huidige sectorale programma's voor landbouw, visserij, cohesiebeleid en sociaal beleid worden voortaan opgenomen in één gezamenlijk 'Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan' (NRPP).
- binnen het landbouwbeleid: de huidige 1e en 2e pijler van het GLB worden samengevoegd. De Commissie gaat 'inkomenssteun' in het voorstel veel ruimer definiëren dan nu het geval is; ook de eco-regeling en agromilieuklimaatverbintenissen (zoals het ANLb) komen daar onder te vallen (en gaan dan anders heten).

'Farm stewardship' wordt de nieuwe ondergrens
Farm stewardship (boerenrentmeesterschap) wordt volgens het voorstel de nieuwe naam van de basisvoorwaarden (conditionaliteiten). Dat zijn de voorwaarden waar boeren en andere grondgebruikers aan moeten voldoen om deel te kunnen nemen aan het GLB. Deze bestaan uit geldende wet- en regelgeving (beheerseisen) en 'protective practices' (beschermingspraktijken). Deze laatste worden in het huidige GLB 'goede landbouw- en milieucondities' (GLMC's) genoemd.
Deze beschermingspraktijken moeten onder andere gericht zijn op:
- bescherming van koolstofrijke bodems, landschapselementen en blijvend grasland op landbouwgrond;
- bescherming van de bodem tegen erosie, behoud van het bodempotentieel, instandhouding van organische stof in de bodem, onder meer via gewasrotatie of gewasdiversificatie, en bescherming tegen het verbranden van stoppels op bouwland;
- bescherming van waterlopen en grondwater tegen vervuiling en afspoeling.
Zes prioriteiten voor milieu en klimaat
Lidstaten worden verplicht om ten minste de volgende zes thema's te ondersteunen:
- aanpassing aan klimaatverandering en waterweerbaarheid
- matiging van klimaatverandering
- bodemgezondheid
- behoud van biodiversiteit, zoals instandhouding van habitats of soorten, landschapselementen, vermindering van het gebruik van pesticiden
- ontwikkeling van biologische landbouw
- diergezondheid en dierenwelzijn
In gebieden met watervervuiling als gevolg van een overmaat aan nitraat moeten lidstaten steun bieden aan landbouwers voor de extensivering van veehouderijsystemen of voor de diversificatie naar andere landbouwactiviteiten.
Steun voor gebieden met natuurlijke beperkingen en specifieke nadelen
Steun blijft mogelijk voor gebieden met natuurlijke beperkingen (zoals veenweiden) om boeren te compenseren voor de extra kosten of het inkomensverlies als gevolg van die beperkingen. Nieuw is dat lidstaten ook steun mogen bieden als gevolg van specifieke beperkingen in andere dan de genoemde gebieden, mits deze gebieden in het NRPP worden opgenomen. Verder kunnen boeren - net als nu het geval is - gecompenseerd worden voor specifieke nadelen die voortvloeien uit bepaalde dwingende eisen. Het gaat hier om gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000-gebieden) of de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Agromilieuklimaatacties (zoals het agrarisch natuur- en landschapsbeheer) en transitiesteun
Het voorstel stelt dat lidstaten 'stimulansen' moeten bieden voor vrijwillige 'agromilieuklimaatacties' (wat nu 'agromilieuklimaatmaatregelen of -verbintenissen' heet), zoals het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Daarnaast introduceert het voorstel aparte transitiesteun voor omschakeling naar duurzamere landbouwsystemen op basis van een transitieplan.
Opvallend is dat de Europese Commissie in het kader van deze agromilieuklimaatacties niet langer spreekt over 'compensation for costs incurred and income foregone', zoals nu het geval is, maar over het bieden van 'incentives' (stimulansen). Dit lijkt (fingers crossed 🤞🏻) een bewuste verschuiving waarmee lidstaten meer ruimte krijgen om positieve prikkels in te bouwen voor bovenwettelijke prestaties. Dat zou ook kansen bieden voor bijvoorbeeld beloningen van geleverde duurzaamheidsresultaten op basis van kritische prestatie-indicatoren (KPI's).
Vergoedingen voor 'nationale koppen op EU-beleid' zijn toegestaan
Net zoals nu komen alleen 'acties' die verder gaan dan wettelijke verplichtingen in aanmerking voor steun. Nieuw is echter dat nu expliciet is opgenomen dat er wél steun mag worden verleend voor het naleven van nationale regels, als die strenger zijn dan de Europese minimumeisen. Met andere woorden: het voldoen aan ‘nationale koppen’ op EU-beleid kan dus subsidiabel zijn, mits de acties vanuit EU-perspectief bovenwettelijk zijn.
Ongetwijfeld zijn er nog andere belangrijke punten, maar dit is het even voor nu 😅. Wordt vervolgd!